Regeling dyslexie

Samenwerkingsafspraken Dyslexiezorg Samenwerkingsverband OOK en gemeenten in de regio 30-03, juni 2015

 

Inleiding

Voor leerlingen met lees- en spellingproblemen of dyslexie heeft de basisschool de plicht om passende ondersteuning te realiseren. Een deel van deze groep leerlingen profiteert onvoldoende van de ondersteuning die de basisschool kan bieden. Leerlingen (vanaf 7 jaar) met Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) komen in aanmerking voor specialistische behandeling. Enkelvoudig betekent dat een kind naast dyslexie geen ggz-stoornis, beperking of andere taal- of leerstoornissen heeft die belemmerend kunnen zijn voor dyslexieonderzoek en/of behandeling.

Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de beschikbaarheid en de bekostiging van deze specialistische diagnostiek en behandeling. De gemeenten vergoeden geen hulpmiddelen of andere zaken, anders dan de EED-zorg voor kinderen in de leeftijd van 7 tot 13 jaar. De gemeenten hebben daartoe contracten afgesloten met zorgaanbieders, die de diagnostiek en behandeling uitvoeren.

Een goede samenwerking tussen gemeenten, onderwijs, zorgverlener en de ouders is noodzakelijk om kinderen met dyslexieproblemen passende ondersteuning en hulp te bieden.

Hierbij is nader uitgewerkt hoe de scholen en gemeenten in de regio passend onderwijs PO 30-03 gezamenlijk uitvoering geven aan deze gedeelde verantwoordelijkheid.

 

Ondersteuning op school

De basisschool biedt leerlingen lees- en spellingonderwijs aan. Leerlingen met lees- en spellingproblemen en met dyslexie met of zonder bijkomende problematiek, worden door de school ondersteund. De school signaleert en biedt passend onderwijs eventueel met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

Binnen het RSV Breda is afgesproken dat elke basisschool op grond van het Protocol Ernstige Leesproblemen en Dyslexie (ELD), de juiste kwaliteit moet bieden op het gebied van signaleren, diagnosticeren en behandelen van leerlingen die de vaardigheden op het gebied van het lezen en spellen onvoldoende ontwikkelen. Alleen als de begeleiding van de school conform het protocol ELD onvoldoende aanslaat, of de leerling structureel onvoldoende profiteert van de geboden ondersteuning, kan een vermoeden van ernstige dyslexie worden uitgesproken. Slechts dan is een verwijzing naar de gespecialiseerde dyslexiezorg aan de orde.

 

De Spindel volgt onderstaande stappen:

 

School signaleert lees- en/of spellingproblemen bij een leerling;

School voldoet aan de basisondersteuning van het samenwerkingsverband en hanteert het dyslexieprotocol;

School start direct met begeleiding, eventueel met ondersteuning;

Als de begeleiding op school onvoldoende aanslaat of de leerling onvoldoende profiteert van de geboden ondersteuning, en er bestaat een vermoeden van EED*, vult de school (eventueel in overleg met de onderwijsadviseur uit het ondersteunings- en begeleidingsteam) het formulier leerlingendossier dyslexie van Masterplan Dyslexie in
* Wanneer de leerling op drie opeenvolgende hoofdmeetmomenten na extra ondersteuning en specifieke interventies (minimaal twee interventieperioden) E-scores haalt op leestoetsen of een lage D-score op leestoetsen en E-scores op spellingtoetsen, dan mag deze leerling worden doorverwezen naar de EED-zorg.


School stuurt het leerlingendossier dyslexie naar de Commissie Toelaatbaarheidsverklaringen
(CTLV). De CTLV registreert de aanvraag en controleert het dossier op volledigheid en kent een verklaring op onderkennend niveau toe ten behoeve van diagnostiek;

De CTLV informeert de gemeente hieromtrent zodat de gemeente de beschikking kan verstrekken;

Ouders ontvangen deze beschikking en bepalen, eventueel in overleg met school, welke zorgverlener wordt benaderd voor de uitvoering van de diagnostiek;

Indien vanuit de diagnostiek blijkt dat er sprake is van EED, ontvangen de ouders op aanvraag
vanuit het CJG of wijkteam een beschikking voor behandeling;

Indien uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van EED zullen ouders samen met school
afspraken moeten maken omtrent de begeleiding van hun kind.


Ongeacht de uitkomst van het onderzoek naar de ernstige dyslexie blijft de basisschool, dan wel het samenwerkingsverband passend onderwijs, verantwoordelijk voor het onderwijs en de ondersteuning aan deze leerlingen. Leerlingen waarbij wel dyslexie wordt geconstateerd, maar waar geen sprake is van EED, krijgen op basis van de dyslexieverklaring ondersteuning binnen de school.

 

 

Voorwaarden voor vergoeding van diagnostisch onderzoek en behandeling EED

De gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de financiering en de organisatie van de diagnostiek en de behandeling van leerlingen met EED. In 2015 hanteren de gemeenten voor vergoeding van diagnostiek en behandeling van EED dezelfde criteria als de zorgverzekeraar in 2014.

Dit betekent dat alleen aanspraak gemaakt kan worden op vergoeding indien:

Formeel:

  • het kind primair onderwijs volgt;
  • het kind 7 jaar of ouder is;
  • en de behandeling is gestart voor de 13de verjaardag.

Inhoudelijk:

  • Er een leerlingendossier is opgebouwd waaruit blijkt dat er in het onderwijs een passend traject is geweest van extra ondersteuning bij het leren lezen en spellen;
  • De school het vermoeden heeft dat er sprake is van EED, omdat de leerling te weinig profiteert van de geboden ondersteuning;
  1. Er geen sprake is van problemen naast de dyslexie die diagnostiek en behandeling in de weg staan. In voorkomende gevallen moet eerst de bijkomende stoornis of beperking worden behandeld, alvorens een leerling in aanmerking kan komen voor bekostigde diagnostiek en behandeling.

De inhoudelijke toets op deze voorwaarden wordt uitgevoerd door de Commissie Toelaatbaarheidsverklaringen (CTLV). Het CJG / wijkteam van de woongemeente van de leerling geeft daarop een beschikking af voor diagnostisch onderzoek EED.

 

Diagnostisch onderzoek en behandeling van EED

De gemeenten in de regio’s Midden-Brabant, West-Brabant Oost en West-Brabant West hebben gespecialiseerde jeugdhulp op regionaal niveau ingekocht. Ouders kunnen zich bij het maken van een keuze voor een aanbieder laten adviseren door de school of het CJG / wijkteam van de gemeente.

Alle gecontracteerde zorgverleners leveren dyslexiezorg conform afspraken met de gemeenten en de geldende zorgstandaarden.

Kwaliteitsinstituten, zoals het kwaliteitsinstituut Dyslexie, stellen aanvullende bekwaamheidseisen en houden toezicht op de kwaliteit van de zorg door het systematisch en methodisch verzamelen van data, van de bij hen aangesloten zorgverleners.

 

De samenwerkingsafspraken zijn vastgesteld in het OOGO (Op Overeenstemmingsgericht Overleg) van april 2015 tussen de gemeenten en het samenwerkingsverband. Met deze samenwerkingsafspraken organiseren gemeenten en onderwijs gezamenlijk de begeleiding en ondersteuning van kinderen met dyslexie. Dit geschiedt met oog voor de verantwoordelijkheden van het onderwijs en van de gemeente, maar vooral vanuit het gezamenlijke belang om kinderen de hulp te bieden die zij nodig hebben. De  samenwerkingsafspraken vormen in dat kader een aanzet tot “integraal arrangeren” van onderwijszorg en jeugdhulp, het toekomstig perspectief.